Systeemcamera, compact, superzoom: alternatief voor of aanvulling op je spiegelreflex?

CameraselectieVan mensen die een spiegelreflex camera hebben (en dan vooral zij die een camera met crop-sensor gebruiken) krijg ik vaak de vraag naar mijn mening over systeemcamera’s, met name de SONY alfa uit de 6XXX serie of de A7-serie.
DSLR - Groot en zwaarDe reden om de vraag te stellen is meestal dat men lichter en kleiner wil, omdat de spiegelreflex met z’n lenzen steeds vaker thuis blijft liggen. Sommigen kijken dan naar een goede compact als camera die ze altijd bij zich hebben, naast de spiegelreflex. Maar anderen denken aan het volledig overstappen naar een nieuw systeem. Spiegelreflex en lenzen inleveren en met iets helemaal nieuws beginnen.

Aan de hand van een concreet scenario zal ik wat punten aandragen die je kunt meenemen in zo’n beslissingsproces. Daarbij wel een belangrijke kanttekening vooraf: Iedere fotograaf is anders. Iedereen heeft andere eisen waar zijn/haar apparatuur aan moet voldoen. Ga dus eerst eens goed na waar je je foto-apparatuur voor wilt/moet gebruiken. Wat is je doel betreft presenteren? Welke onderwerpen fotografeer je? Wat zijn je kwaliteitseisen? En ga zo maar door. Sony Alfa met E-mountZodra je dat helder hebt kán onderstaande helpen bij je volgende stap. Dat geldt zéker ook voor hen die de stap overwegen van crop-sensor naar full frame!

Wanneer je helemaal overstapt naar een systeemcamera dan zijn er nogal wat dingen anders dan je gewend bent. En ik ga nu even uit van de SONY a6000 of a6300. Opvolgers van de NEX-serie. Verderop in deze bespreking kom ik nog met alternatieven.

Zoeker
ZoekerElectronische zoeker: Je zoeker geeft geen beeld zoals in een spiegelreflex, maar je kijkt in de zoeker ook op een klein tv-schermpje. Het voordeel er van is dat je ook daar meteen de effecten ziet van je instellingen (licht/donker, witbalans). Ook is het toestel kleiner, omdat het hele mechanisme van de opklappende spiegel en kijkprisma van de spiegelreflexcamera niet meer nodig is. Nadeel is dat het beeld altijd iets achter loopt bij de werkelijkheid. Je merkt dat wanneer je een snel bewegend onderwerp wilt volgen: het onderwerp lijkt dan wat vertraging te hebben en daarmee mis je nogal eens zo’n shot.
Ander nadeel is dat ook de elektronische zoeker nogal wat elektriciteit verbruikt. Een optische zoeker heeft daar geen last van.

Terugkijken
Voordeel van een systeemcamera met elektronische zoeker boven een spiegelreflex zit hem echter óók in die elektronische zoeker. Die kun je namelijk gebruiken om je foto’s in terug te kijken. Bij zeer heldere lichtomstandigheden kun je dan je foto’s terug zien zonder dat het scherm bijna onleesbaar wordt door de felle zonneschijn.

A Greek Orthodox priest - dressed in his black robe and black hat - is taking pictures, while sitting on a red chair on the front row during the closing ceremony of the school year.

Batterij
Batterijverbruik: een van de manieren om die systeemcamera’s licht te houden is er een veel kleinere batterij in zetten. Dat heeft nogal wat consequenties voor het aantal shots dat je met een lading kunt maken. Dus je zult er zeker 2 of 3 reservebatterijen bij moeten kopen om niet het risico te lopen op een drukke fotografeerdag al voor de lunch door je batterij heen te zijn. Allerlei functies (zoals WiFi, GPS, pre-focus) uitzetten scheelt overigens ook een hoop batterijverbruik. Maar ja, dat zijn vaak net dingen waarvoor je zo’n systeemcamera koopt.
De elektronische zoeker noemde ik al in de vorige paragraaf.
ZoekerVergeleken met sommige spiegelreflexen halveert het aantal shots dat je met één batterij kunt maken. Dat is nogal wat. Maar zoals alles zitten daarin ook grote verschillen. Een Canon EOS 750D komt ook maar tot 400 foto’s per batterij, terwijl een Nikon D7200 ruim 1100 foto’s uit één batterij haalt. Maar met een opbrengst van 300 tot 400 foto’s zitten de systeemcamera’s en veel compacts daar nog ver onder.

Kosten
De batterijen zijn niet goedkoop. Een originele Sony-batterij komt al snel op bijna 60 euro. En het bij je hebben van extra batterijen is wel noodzakelijk, zeker op reizen waar je niet op de electriciteit kunt vertrouwen of je een paar dagen van stroom verstoken bent. Zoals tijdens onze Oman-reis, waar we twee nachten verblijven in een woestijnkamp waar geen elektriciteit is. Reken daar nog de ochtend van vertrek uit het vorige hotel bij en dat je pas op dag 4 ’s avonds weer in een volgend hotel bent. Dat is bijna 4 dagen zonder de mogelijkheid je batterijen op te laden. Een van de onze deelnemers had daarom 7(!) batterijen bij zich. Reken dat maar eens uit: 7x€60= 420 euro.

Vergelijkbaar
Andere dingen zijn weer verrassend gelijk. Zoals het moeten wisselen tussen lenzen. Lenzen wisselenDe kit-lenzen van Sony zijn de 16-50mm en de 55-210mm. Momenteel (eind augustus 2016) kost die set plus de a6000 net onder de 1000 euro. Ik weet dat Tamron een 18-200mm heeft voor deze toestellen. Maar die kost dan 500 euro. Een body a6000 plus die Tamron is dan 1150 euro. Daarmee heb je iets minder groothoek en een fractie minder lengte. Maar je hoeft geen lenzen te wisselen. Weer een keuze die je zult moeten maken.

a6000 vs a6300
Even nog over het verschil tussen een a6000 en a6300. Ze worden beiden nog als nieuw verkocht. Daarom noem ik ze hier ook beiden. Maar de a6000 is 2 jaar ouder en de afgelopen 2 jaar is er enorm veel verbeterd op het gebied van de kwaliteit van de sensoren: hogere ISO, dynamisch bereik, kleurdiepte. En dat zie je, vind ik.

Ook is er ook een groot verschil in auto-focus. De a6000 zit er nogal een keertje naast of doet er wat lang over om focus te krijgen. De a6300 heeft een nieuw systeem dat sneller en beter werkt. Nog niet vergelijkbaar met de spiegelreflex, maar het is veel beter geworden.

Vergeten alternatief
AlternatiefBij de hier genoemde spiegelreflexen en systeemcamera’s heb ik het over crop-sensoren. Dus ongeveer 23,5×15,6 mm voor de Sony en Nikon en iets kleiner voor de Canon. Ik laat dus de full frame even buiten beschouwing (36×24 mm).
Daaronder zit een categorie met zogenaamde Four Thirds sensoren (17,3×13 mm). Iets kleiner dus, maar nog steeds goede prestaties.
Die categorie wordt meestal vergeten in de overwegingen. Een voorbeeld daarvan is de Olympus OM-D E-M10 mk2.

Ik heb iemand op fotowandeling gehad die dit toestel had en ik was zeker onder de indruk van dit toestel. Hij ziet er mooi uit en de prestaties waren erg goed vergeleken met de Sony a6000 en a6300. De beelden zagen er goed scherp, contrastrijk en verzadigd uit.

Ik noemde net de sensor-maat niet voor niets. Die crop of APS-C sensoren hebben een verlengingsfactor van 1,5 (Sony, Nikon) tot 1,6 (Canon) op je lenzen. Dus met de Sony a6000 is de 18-200 Tamron eigenlijk een 27x300mm. De Olympus heeft een crop- of verlengingsfactor 2. Dus de 14mm van de Olympus is 21mm en 150mm is in werkelijkheid 300mm. Redelijk vergelijkbaar met de lenzen op de Sony Alfa’s in de lengte. Maar met een veel bredere groothoek.

Compact
En dan nu een compact. Dat zijn alleen niet meer alleen de goedkope instapmodellen. Er zijn al een tijdje hele goede op de markt, waar je ook RAW mee kunt fotograferen.Foto's terugkijken
De besten hebben een 1-inch sensor. Dat is 13,2×8,8 mm. Ze presteren wel wat slechter dan de APS-C sensoren wat betreft ruis bij iets hogere ISO. De traditionele sensoren zijn CMOS-sensoren. De betere 1-inch zijn nu echter BSI-CMOS sensoren. Kort gezegd: back-lit sensoren. Dat betekent dat de ‘bekabeling’ van de sensoren niet meer in de weg zit, doordat ze aan de andere kant geplaatst zijn. Hierdoor krijg je ondanks het kleinere formaat toch vergelijkbare prestaties als bij APS-C sensoren. Een interessant toestel in deze categorie is de Canon Powershot G3X. Die is zo’n 815 euro. Daarvoor heb je wel een ingebouwde 24-600mm lens die ook nog goed lichtsterk is met een constante f/2.8:
Ook deze camera ken ik vrij goed en heb hem ook al een paar maal aangeraden voor mensen die wat kleiner willen, wél een lange lens willen, maar toch nog steeds vrij goede resultaten willen. Nadeel van dit toestel is dat hij geen zoeker heeft. Er is wel een losse electronische zoeker bij te kopen voor 239 euro. Met zoeker komt deze Canon Powershot GX 3 zo rond 1050 euro uit. Hiermee is het een aardig alternatief voor de populaire Panasonic Superzooms. Die hebben over het algemeen een veel kleinere sensor, met alle problemen dat dat voor de kwaliteit met zich meebrengt. De powershot is ook een goedkoop alternatief voor de Sony RX10 m3, die wel een ingebouwde zoeker heeft maar 1000 euro duurder is.

Groot vs klein, zwaar vs licht
Klein vs grootDe systeemcamera’s zijn inderdaad meestal kleiner dan een spiegelreflex. Een EOS 750D is 132x101x78mm. Een Nikon D3400 is 124x96x78mm Een Sony a6300 is 120x67x49mm. Ze zijn dus vooral veel platter en lager. Ook het gewicht van de body (inclusief de batterij) verschilt nogal. De 750D weegt 555 gram, de a6300 404 gram. Dat scheelt nogal wat.

Extra batterijen of accu’s moet je echt meerekenen bij het gewicht voor je bagage. De voornoemde reiziger naar Oman had dus ruim 400 gram meer gewicht mee alleen al aan batterijen. Dat opgeteld bij het totale gewicht van de Sony a6300 met 1 batterij én twee kit-lenzen (16-50mm OSS en 55-210 OSS) kom je op 865 gram + 400 gram. Dat is 1265 gram.
Een Nikon D3400 weegt 395 gram. Doe daar nog 1 reserve-accu bij à 48 gram. Dan nog twee kit-lenzen (18-55mm VRII en 55-200mm VRII) dan kom je in totaal op 911 gram. Maar zelfs wanneer je maar één extra batterij voor de Sony a6300 mee zou nemen komt die in voornoemde samenstelling uit op 923 gram. Dat is dus zwaarder!

Groot, groter, grootstMaar de Sony-lenzen zijn compacter?
Inderdaad de Sony E 16-50mm F3.5-5.6 PZ OSS is maar 3 cm lang. De Nikon AF-S DX 18-55mm f/3.5-5.6G VRII is 6,6 cm lang. Dat is ruim het dubbele. Maar de Sony E 55-210mm F4.5-6.3 OSS is met 10,8 cm beduidend langer dan de Nikon AF-S DX 55-200mm f/4-5.6G VRII. Deze is met 8,3 cm tweeënhalve centimer korter!

Maar de Sony-lenzen zijn toch zeker dunner?
Ja de Sony E 55-210mm F4.5-6.3 OSS heeft een diameter van 64 gram. De Nikon AF-S DX 55-200mm f/4-5.6G VRII is met een diameter van 71mm bijna een cm dikker. De Nikon AF-S DX 18-55mm f/3.5-5.6G VRII is echter met zijn 60mm diameter toch echt kleiner dan die van de Sony E 16-50mm F3.5-5.6 PZ OSS. Deze is 65mm in doorsnee.

OK, maar de Sony-lenzen zijn lichter! Toch?
De Sony E 16-50mm F3.5-5.6 PZ OSS is met 116 gram inderdaad veel lichter dan de Nikon AF-S DX 18-55mm f/3.5-5.6G VRII (195 gram). Dat scheelt maar liefst 79 gram. De Sony E 55-210mm F4.5-6.3 OSS is met 345 gram weer zwaarder dan de Nikon AF-S DX 55-200mm f/4-5.6G VRII. Die is met 300 gram dus 45 gram lichter. Gecombineerd zijn deze sets 461 gram voor de Sony en 495 gram voor de Nikon.

Kwaliteit en gebruiksgemak
Ik ben tot nu toe niet echt op de kwaliteit van de beelden en gebruiksgemak ingegaan. Een vergelijking hierover maken is voor een heel groot deel subjectief en hangt nog veel meer af van de eisen die de gebruiker stelt. Toch waag ik een paar opmerkingen.

Eerst het gebruiksgemak. Vergeleken met de ‘oude’ Sony NEX-camera’s heeft de a6300 veel meer knoppen en daardoor hoef je veel minder het menu in te duiken wanneer je dingen wilt aanpassen. Dat geldt ook voor de betere compactcamera’s. En voor spiegelreflexen geldt dat je bij grotere en duurdere camera’s steeds meer functies via knoppen direct kunt bereiken. Dat direct kunnen bereiken van functies is wel belangrijk. Je moet op z’n minst heel snel bij de belichtingscompensatie (-/+), de lichtmeetmethode en de ISO-instelling kunnen komen. Daarnaast is het vaak ook wel handig om de scherpstelopties, witbalans en het vastzetten van je belichting via een knop te kunnen bedienen.
Verder is de ergonomie belangrijk. Voel hoe een camera in jouw handen ligt. Dat is voor iedereen anders, natuurlijk, maar oh zo belangrijk in het gebruik. Een camera kan nog zo makkelijk mee te nemen zijn. Maar wanneer je dan steeds het gevoel hebt dat hij uit je handen valt of dat je vingers niet tussen lens en handgreep passen, dan neem je hem nog steeds niet mee.

Beeldkwaliteit is nog moeilijker om te kwalificeren en te kwantificeren. Voor nogal wat mensen zijn de metingen van DxOmark heilig. Maar dat zijn resultaten uit het laboratorium. In het ‘veld’ ervaar je de resultaten vaak heel anders. En persoonlijke smaak en eisen spelen een belangrijke rol.
Mijn persoonlijke mening? Vooral die scherpte vind ik vaak de achilleshiel van de Sony’s. Te vaak gebeurd het bij besprekingen die we op onze fotoreizen bijna elke dag doen dat ik denk dat die foto’s niet scherp zijn. Zoom ik dan in dan zijn ze het wél. Maar die eerste indruk is vervelend. En vooral langs de zijkanten gaat het beeld soms zelfs ‘kapot’. Dat is een combinatie van wat Sony met de verwerking in de sensor doet, de software in de camera en de kwaliteit van de standaardlenzen. Met de hele dure Zeiss lenzen wordt dat al een stuk beter. En de ene standaard- of kitlens is de andere niet.

Om een en ander eens naast elkaar te zetten heb ik de genoemde camera’s en lenzen in een tabel gezet bij DPReview. Kijk er eens naar en vraag je af of er een alternatief voor jou bij zou zitten.

Tot zover de stand van zaken per augustus 2016.

Ontmoet de fotograaf

Anton Harfst

Begeleidt de fotocursussen, fotoreizen en coachingssessies. Anton fotografeert met Nikon. Anton Harfst: “Ik ben opgeleid als docent talen (Nederlands en Duits) en heb me in de loop van de jaren ontwikkeld tot fotograaf en fotografie-docent. Vandaag de dag komt mijn didactische opleiding mij uitstekend van pas. Geen enkele ‘leerling’ is hetzelfde. Begeleiding van enthousiaste fotografen is heerlijk om te doen.”

0 comments… add one

Leave a Comment