Ik ga op reis en neem mee… een statief?

Tja, statieven. Ze blijven lastig, maar helaas vaak wel noodzakelijk voor de foto’s die we willen maken. Voor op reis willen we allemaal een licht, compact en niet te duur exemplaar. En die eisen bijten elkaar. Daar kom je pas achter bij de eerste reis met je nieuwe statief. Al snel laat je het ding daarna in de kast liggen. Daarom wat ideeën hier op een rijtje. (Update van blog uit september 2015).

Uitgangspunt moet zijn: je statief heeft maar één functie goed te doen en dat is het totaal stabiel houden van je camera met lens om foto’s te kunnen maken met een lange sluitertijd. Daarvoor moet het statief EN de statiefkop zodanig stevig zijn dat ze het totale gewicht van je camera met lens plus alle krachten die er op worden uitgeoefend kunnen stabiliseren. Indien je statief dit niet kan kun je hem beter thuis laten.

Een veel gebruikt soort statief is vergelijkbaar met deze Velbron of deze Manfrotto. Zij hebben veel goede dingen. Ze zijn licht, redelijk compact en hebben een quick release of snelkoppelingsplaat, zodat je snel je camera er op of eraf kunt halen. Ook kun je op een redelijke hoogte werken (1,53cm en 1,30cm).

Maar met bijvoorbeeld een Canon 50D en Canon 18-200mm lens zit je al snel op bijna 1,5 kg aan gewicht. Deze statieven hebben, volgens de specificaties, een draagvermogen van 2 en 2,5 kg. Genoeg? Nee, helaas. Misschien wanneer alles precies gecentreerd boven de middenkolom staat, je die middenkolom helemaal ingeschoven laat en ten minste de onderste 1 of 2 pootdelen ingeschoven laat PLUS je lens niet inzoomed zodat hij niet op volle lengte is… Maar zo gebruik je hem bijna nooit. Daarom moet het draaggewicht van een statief minstens 3x het gewicht van je spullen zijn.
De statiefkop zelf moet verder ook het gewicht van je toestel met lens kunnen dragen wanneer je je camera iets omhoog of naar beneden richt. Een statief als dit zit dus vrij mager in de specificaties. Maar ja, een sterker statief is meestal veel zwaarder en vaak groter.

Met al dat in gedachten heb ik ooit voor mijn combinatie van m’n Nikon D300 plus Nikon 70-200mm f/2.8 lens de volgende combi gekocht: een Giotto’s MT9270 (inmiddels niet meer verkrijgbaar) met een Gitzo GH2780QR balhoofd series2. Die konden m’n spullen prima dragen. Maar alleen het balhoofd weegt al 0,5 kg. En het hele spul is samen bijna 3 kg. Hij is wel lekker hoog (1,74m), waardoor ik er bijna recht achter kan staan, én heeft maar 4 geledingen in de poten, hetgeen ook bijdraagt aan de stabiliteit. Maar het ding is ingevouwen zo lang dat hij nergens in past én echt veel te zwaar om steeds mee te lopen. Wanneer je ’s avonds het ding nodig hebt, ga je er niet de hele dag mee lopen rondslepen. En dus bleef hij bijna altijd thuis of lag hij achter in de auto en blééf daar liggen.

Tegen het zware valt wel wat te doen door in plaats van een aluminium statief een carbon statief te nemen. Maar daar hangt een heel pittig prijskaartje aan. En ik neem aan dat het voor meer mensen bezwaarlijk is om minstens 400 euro voor een goed carbon statief uit te geven.

Verder toch maar iets meer geledingen in de poten? Want daardoor vouwt het statief kleiner op. Dan maar wat vaker door de knieën. En zo zijn er nog wel een paar compromissen te vinden. En goed uitzoeken waar je zo’n statief het meest voor zult gebruiken. Voor mij is dat voornamelijk landschap of stedelijke shots, waarbij ik geen gekke hoeken hoef te maken en ook niet heel snel hoef te reageren. Geen macro’s, waar je een enorme precisie voor nodig hebt. Geen vogel- of wildshots, waarbij je het onderwerp snel moet kunnen volgen. Ook ben ik heel creatief in het vinden van extra steun voor m’n statief voor die momenten dat m’n statief eigenlijk te kort schiet. En ik gebruik vaker een 50mm of bijvoorbeeld een 16-80mm f/2.8-4 dan m’n zware en grote f/2.8 70-200mm wanneer ik in de stad loop. Een statief stevig genoeg voor veel omstandigheden. Licht en klein genoeg om geen reden te hebben hem NIET mee te nemen…?

Ik heb daarom uiteindelijk maar gekozen voor een combinatie die in veel gevallen net genoeg stabiliteit geeft, niet te zwaar is én in m’n rugzak past. In mijn geval deze: Benro A1692TB0. Die kan 8 kg aan en dat is voor mijn maximale belasting net aan genoeg om de boel stabiel te houden. Hij is 1,7 kg inclusief balhoofd tegenover een gecombineerd gewicht van 3 kg voor m’n vorige zet. Verder is hij opgevouwen (terwijl de balhoofd er nog op zit) 40cm tegenover 70cm. Daardoor kan deze zonder probleem IN m’n gewone rugzak en daarmee wordt het veel makkelijker hem mee te nemen.

Een van de belangrijke punten is nu eenmaal dat hij makkelijk is op te bergen en dat je er niet de hele dag last van hebt. Dat is voor mij ook DE reden geweest om voor een balhoofd in plaats van voor een twee- of driewegkop te kiezen. Ja, die twee handvatten die aan zo’n driewegkop zitten zijn makkelijker en sneller te bedienen dan zo’n balhoofd. Maar helaas nemen die dingen ook altijd heel veel ruimte in beslag omdat ze uitsteken. Wanneer je ze in een rugzak wilt stoppen zitten ze altijd in de weg. En wanneer je het statief áán je rugzak hangt dan loop je de kans er mensen de ogen mee uit te steken. Zeker in volle metro’s en op drukke plekken. Manfrotto maakt inmiddels ook een inklapbare driewegkop die dit probleem oplost. Maar dan heb je toch weer 2 extra dingen uit te klappen bij het opzetten van het statief.

Wat betreft het gewicht kun je eigenlijk niet veel lichter gaan zitten dan de gewichten uit voorgaande voorbeelden. Je wilt het statief ook niet veel lager hebben, want dan kun je nooit eens over een railing of brugrand fotograferen óf je ligt steeds op je knieën. Overigens komt dan een kantelbaar display op je camera goed van pas.

Nog één punt: Er zijn twee systemen voor het uitschuiven en vastzetten van de poten. De ene is met een draaisysteem. De ander heeft een systeem met clips, zoals de Manfrotto in m’n voorbeelden. Er is voor beide systemen wat te zeggen. Dat clip-systeem is lekker wanneer je koude of natte vingers hebt. Want dan is het moeilijk om de draaisystemen goed aan te draaien. En bij dat clip-systeem ZIE je wanneer je een poot niet vast hebt gezet. Maar in mijn ervaring gaat zo’n clip-systeem wel sneller kapot of geeft storingen. Wanneer er vuil tussen komt werkt het al snel niet meer. Die draaisystemen blijven eigenlijk altijd wel werken. Of ze moeten van niet al te best materiaal zijn gemaakt en ‘lam’ te draaien zijn. Mijn zware statief en mijn Benro hebben dit draai-systeem en die bevallen me prima. Maar het is ook deels persoonlijk wat het beste bevalt.

Dit is een heel verhaal, waarvan ik hoop dat het je op weg helpt met het denken over je statief. Om een idee te geven over functies en prijs heb ik even snel een selectie bij CameraNU.nl gemaakt: MeFOTO A1350Q1 statief RedManfrotto MKBFRLA4BK-BH Befree en voor wat meer hoogte Sirui Traveller Aluminium T-1004XL statief + E-10
Ik kan me ook voorstellen dat je, alles afwegend, besluit om je huidige statief dan maar te houden en toch weer vaker mee te nemen. Prima. Daar heb je tenminste ervaring mee. Je kent de beperkingen, dus daar kun je dan ‘omheen’ werken. Maar laat hem niet weer in de kast liggen!

Oorspronkelijke versie van deze tekst is geplaatst op 27 september 2015 en is voor het laatst bijgewerkt op 11 december 2017.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

D810 en lensmount stress

D810 inruilen leidt tot onverwachte lessen over lensmount stress

In de twee-en-half jaar dat ik de Nikon D810 als opvolger voor m’n oude D300 en D300s had is dat een mixed genoegen geweest.  Deze week heb ik hem ingeruild voor een Nikon D500 en wijze lessen geleerd over lensmount stress.

Full frame is fijn, maar heeft voor veel van mijn type fotografie en werk ook zo z’n nadelen. Het enorme verschil in scherptediepte, de hoge sluitertijd, maar vooral de grote shot-discipline die de 36 megapixels sensor met zich meebrengt. En die enorme hoeveelheid pixels had ik niet echt nodig. Hoewel de D810 qua afmetingen en gewicht heel erg meevalt voor een full frame en geweldig in de hand ligt, was het voor het vele reizen dat we doen wel een hand vol. Plus ik miste echt de crop-factor.

Verder had ik vaak ruzie met de lens die ik gekozen had. Een Nikon 24-85mm f/3.5-4.5. Vooral gekozen boven de 24-70mm f/2.8 en de 24-140mm f/4 vanwege prijs, gewicht en omvang. Maar ik had regelmatig last van gemiste shots, omdat (hoewel ik de enorme autofocus-modi van de D810 goed beheers) de combi regelmatig focus mistte. Dat had verschillende oorzaken, die terug te voeren waren op de grote shuttergevoeligheid van de D810 en haar autofocus systeem, en de wat primitievere 24-85mm die dat kennelijk niet altijd kon bijhouden. Meestal was dat geen ramp en kon ik er goed omheen werken. Maar in Tajikistan leidde dat ertoe dat ik de D810 alleen nog gebruikte in combinatie met de Nikon 70-200mm f/2.8 VR en voor het kortere werk de oude D300s met een 18-105mm lens óf m’n oude versleten Nikon Powershot P340 gebruikte. Daar moest dus iets veranderen.

Cropfactor

In Tajikistan liep ik er ook weer eens tegenaan dat de 70-200mm op de D810 echt 200mm is. En dat is echt vervelend wanneer er een bijzondere vogel opduikt, of wanneer je  een mooie uitsnede uit het landschap wilde maken. Met een Afghaanse boer met ezel aan de overkant van de rivier redde ik me nog wel met het enorme aantal pixels van de D810.

Origineel

100% crop

Met de 1.7x extender had ik dan ook nog op 370mm kunnen komen. Toch was ik ernstig aan het overwegen om de Nikon 200-500mm f/5.6 te kopen om straks tijdens de fotoreis in Yukon en Alaska toch meer ‘reach’ te hebben voor beren en ander wild. Maar ja, met zijn 2,3 kilogram, ruim 10 cm doorsnee en bijna 27 cm lengte valt mijn oude 70-200 in het niets. Zo blijft er weinig plek in de handbagage over. Met de extender zou de 70-200mm op een cropcamera op 510 mm zitten.

Uiteindelijk dus maar de knoop doorgehakt om zowel de 24-85mm als de D810 in te ruilen voor een D500 met de 16-80mm f/2.8-4 lens. De lenzen zijn bijna even zwaar en groot. De D500 is 120 gram lichter en een stuk lager. Verder is de D500 razendsnel. Hij heeft het totaal nieuwe autofocus systeem van de D5. Dat geeft een enorme precisie en focussnelheid. En de D500 heeft scherpstelpunten over de hele breedte van de zoeker. Echt van rand tot rand! Verder heeft hij een geheugenbuffer van 200 full size RAW-files! En dat bij 10 frames per seconde. Hij is, net als de D5 en D810 gebouwd om het ‘geweld’ waarmee professionals vaak met hun spullen omgaan om het shot te krijgen te doorstaan. Vooral de draaiknop bovenop zoals de D7500 en de D750 hebben vind ik altijd maar wat iel.

Nu bleek het met de stevigheid van de D810 overigens niet mee te vallen. En daar gaat de rest van deze blogpost over.

Inruil

Op maandag togen we naar Foto Booms in de Van Woustraat. D810 en 24-85mm mee. Na wat onderhandelen kwamen we er op uit dat we deze set zouden inruilen voor een D500 body en dat we de kitlens (16-80mm) als ‘bulk’-lens zouden kopen. Helaas was de laatste D500 net de winkel uit. Maar morgen was hij er weer. Konden zij de D810 en de 24-85mm even testen en dan maakten we op dinsdag de deal af.

Op dinsdag kreeg ik een telefoontje. Het goede nieuws was dat de D500 in de winkel was. Het slechte nieuws was dat ze een probleem met de D810 gevonden hadden. De AIS diafragmaring positie sensor functioneerde niet meer.

Dat vraagt even wat uitleg. Op de ‘grotere’ Nikon-camera’s functioneren lenzen uit de analoge tijd nog steeds. Volautomatisch (autofocus én diafragma) voor lenzen vanaf 1979 en alleen diafragma met lenzen tot ver daarvoor. Hiervoor hebben die grotere Nikon’s een extra ‘draaischroefje’ in de lensring die vanuit de body de scherpstelling van de lens aanstuurt. Moderne lenzen hebben namelijk ingebouwde motoren. De oudere niet. Verder heb je lenzen waar het diafragma in de lens niet elektronisch maar alleen door middel van een diafragmaring geregeld wordt. Daarvoor hebben de grotere Nikon toestellen bovenaan de lensmount een schuifje zitten die meebeweegt wanneer je de lensring beweegt.
Dit functioneerde niet meer. Wanneer je dat schuifje bewoog kreeg je op je display een error of het diafragma ging in een keer van f/2.8 naar f/22 en dat moet hij geleidelijk doen.

Dat Foto Booms de camera zo niet in kon ruilen was duidelijk. Ze kwamen met het voorstel dat het eerst gerepareerd zou worden. Het kon een kleinigheid als vuil zijn, dan zouden de kosten een paar tientjes zijn, of het zou tot het vervangen van een moederbord kunnen leiden en dan heb je het al snel over 800 euro!

Schade

De camera moest nog naar het Nikon Service Punt in Beverwijk voor hun inschatting van de schade. Dit oordeel kwam al binnen een dag: het was inderdaad de AIS diafragmaring positie sensor. Die was gebroken.

lensmount stress

De diafragma ring boven de lensmount was gebroken

Maar de lensmount zelf was ook verbogen!

lensmount stress

De lensmount zelf was verbogen.

Totale kosten waren (inclusief BTW) € 318. Zonde geld, maar dat viel niet tegen. Dus we gingen akkoord. Anderhalf uur later was de camera klaar en konden we hem ophalen. Geweldige snelle en goede service weer van het Nikon Service Point in Beverwijk! We hebben tot nu toe 3 of 4 keer met ze te maken gehad en niets dan lof!

Oorzaak lensmount stress?

Maar goed, waardoor zou deze schade veroorzaakt kunnen zijn. Nikon kwam niet verder dan “De schade is veroorzaakt door onheil van buitenaf: val, stoot of -duw.” We waren al sinds dinsdag aan het nadenken en uitzoeken of en wanneer de camera wel eens gevallen was. Volgens ons helemaal nooit. Wel herinnerde ik me dat ik ergens in mei 2015 voor het eerst last kreeg met m’n 70-200 lens. In de loop van de jaren was de vatting wat losser geworden en maakte daardoor soms wat slecht contact. Daarvoor, en nog wat andere dingen, was de lens uiteindelijk in januari 2017 helemaal gereviseerd bij Nikon. Maar af en toe bleef ik slecht contact houden. Dat kon natuurlijk zeker met zo’n kromme lensvatting op de camera! Verder kon dat ook een deel van de gemiste shots en focusproblemen bij de 24-85mm verklaren. Wanneer lens en body toch al wat moeilijk met elkaar praten zal zo’n kromme lensmount ook niet helpen. Vooral niet omdat daar ook alle contactpunten in zitten.

Zoals gezegd, waren we er eigenlijk van overtuigd dat de D810 nooit gevallen was. Dus daar kon die kapotte diafragmaring positie sensor niet door veroorzaakt zijn. Op DPReview, waar iemand in eerste instantie ook met die diafragmaring positie sensor kwam, vroeg ook nog iemand of ik er toevallig eens een heel oude lens opgezet had. Die hebben een ander diafragmasysteem en dat kan schade geven wanneer je niet oppast. Ook dat was niet het geval. Ik heb wel eens zo’n lens getest op m’n oude D300 toen we nog in Griekenland woonden. Alles ging goed, totdat ik een lens testte waarbij ik ineens hoorde hoe de spiegel met een klap tegen de achterkant van de spiegel klapte… Geen schade gelukkig, maar wel schrikken! De vrager kon dat antwoord wel waarderen omdat hij zelf een keer met een oude lens een D700 de vernieling in had geholpen op de dag dat hij die camera kreeg! 😉

Laurien vond een mogelijk andere oorzaak: lensmount stress. Dat moet je je als volgt voorstellen. De meeste camera’s hebben een draagriem die je door de twee ogen aan de zij/bovenkant van de body vastmaakt. Wanneer je de camera met een lens nu laat hangen zal de lens de body iets voorover doen kantelen. Dat geeft wat stress op de bovenkant van de lensring. Maar niet genoeg om problemen te veroorzaken. Wanneer je dat echter met een grotere lens, zoals de 70-200 f/2.8 doet of een zogenaamde ‘exoot’ zoals een 600mm lens, dan zal de druk die op de lensring uitgeoefend wordt vele malen groter zijn.

Zelf hang ik zo’n combo altijd omgekeerd (dus met de lens naar m’n lichaam) over m’n rechterschouder en loop daar zo mee rond. Daardoor beweegt het geheel niet zo. Maar toch voldoende om ook constant een soort frictie te veroorzaken op dat aansluitingspunt. Daardoor was waarschijnlijk die lensring van de 70-200mm losser geworden. En dit zou er voor gezorgd kunnen hebben dat die lensmount krom getrokken is. Die ring zit vastgeschroefd aan het spiegelhuis en de diafragmaring positie sensor. Bij het kromtrekken kan een en ander kapot getrokken zijn. Bij de D300 en D300s heeft het nooit problemen opgeleverd. Sterkere bodies? Toeval? In ieder geval is een D810 anders gebouwd en vind je op het internet genoeg hits wanneer je zoekt naar “lensmount stress” + D810.
Uiteindelijk is op vrijdag de hele deal toch doorgegaan. D810 met lens ingeleverd en de D500 en lens meegenomen. Eind goed, al goed!

Lensmount stress voorkomen

Er zijn echter wat lessen voor de toekomst uit te trekken. De belangrijkste om lensmount stress te voorkomen is om zwaardere lenzen alleen te dragen aan het het ‘voetje’ dat aan de lensring bevestigt is. Statiefkraag noemt Nikon dat. Aan deze statiefkraag moet je inderdaad het snelkoppelplaatje van je statiefkop bevestigen. En hieraan moet je dus ook een draagriem vastmaken. Dat kan een goede schoudersling zijn.
Het bevestigen van zo’n draagband aan de statiefkraag heeft als voordeel dat nu het hele gewicht van lens en body hangt aan de statiefring die om je lens zit. En meestal hangen dan camera en lens bijna horizontaal. Maar vooral de verdeling van de krachten over zo’n hele ring voorkomt dat er druk of stress ontstaat.
Een van de belangrijkste problemen bij het gebruiken van zo’n schoudersling ontstaat bij het gebruik van een statief. Wanneer je de grote lens weer vervangt door een korter lens dan moet je de aansluiting vastdraaien in het schroefdraad dat onderaan elke camera zit. Want kleinere lenzen hebben geen statiefring/kraag. Maar daarin moet ook de snelwisselplaat van je statiefkop. En dat valt bijna nooit combineren. Dus draai je je schoudersling los. Maar dan sta je ineens met een toestel in je handen waar je geen draagriem meer aan hebt zitten. En de draagriem van je camera ook bevestigen is niet handig, omdat je dan steeds met zo’n wapperende draagriem aan je camera loopt wanneer je die schoudersling gebruikt.
De oplossing voor dit probleem is om een polsband te kopen.  Een polsband maak je aan één van de ringetjes van je camera vast. Ze zijn er ook met een quick-release systeem te krijgen waarbij je de band om je pols houdt, maar aan je camera alleen nog het bevestigingsdeel hebt zitten. Een hand-strap kan ook. Maar die vind ik zelf niet prettig om te gebruiken omdat ik dan de camera nooit even kan laten hangen om m’n beide handen te gebruiken… Nu heb je iets om je camera ook veilig vast te houden wanneer er geen schoudersling aan zit.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

De angst om iets te missen

Ik las vandaag, 25/3/2017, een stuk in de NRC dat me als begeleider en organisator van fotoreizen zeer aansprak: Lopen waar iedereen al loopt
Vooral het antwoord op de vraag: “Waarom wilde ik dit ook alweer?” “De angst om iets te missen. Zo’n beroemde trektocht moet je gewoon gedaan hebben”

Dat is heel herkenbaar. Eind van deze week zijn we in Venetië met een groep enthousiaste fotografen. En in Venetië is een overdaad aan dingen te zien en te fotograferen. Kunst is om je hierin niet te verliezen en je bewust te zijn wat je wel en niet fotografeert. Daar gaan we deze dagen mee aan de slag. En wie het aandurft mag zich op dan op de laatste dag beperken tot het volschieten van een rolletje van 36! Natuurlijk wel digitaal.

Dit doen we met alle stedenreizen en meestal geven we van tevoren een opdracht mee om via internet naar foto’s te zoeken van het reisdoel die hen aanspreken en vragen welk soort foto’s ze meestal maken en of ze die op internet tegenkomen. Dat allemaal om te helpen bij het tijd nemen om een plek te leren kennen en niet te ‘verdrinken’ in beelden. In een blogpost heb ik daar al eens uitgebreider over geschreven. Sfeerfotografie op reis

Toch zullen er altijd mensen blijven die zeggen: “Ik kan niet beloven dat ik geen overvloed aan foto’s maak. De kans dat ik er weer kom, is niet zo groot.” Alsof het compleet documenteren van een stad een doel op zich is en je daarmee de essentie en de sfeer van de bezochte plek zult weten te ‘vangen’.
Net zoals de wandelaars die in de file door Zuid Chili lopen, omdat ze iets gezien MOETEN hebben, loop je een heel grote kans er nooit werkelijk geweest te zijn.

Dus neem de tijd om te ‘landen’, om de sfeer van de plek te proeven. Te ontdekken wat het ritme van een stad is. Uit te vinden hoe de stad op jou overkomt. Probeer jezelf de ruimte geven om je vooraf bedachte beelden en sferen los te laten en van daaruit te kiezen en te fotograferen.

Maar de grootste kunst is kiezen. In fotografie is kiezen essentieel. Niet ‘snap-shottend’ proberen alles te vangen, maar de essentie van een paar onderdelen van het geheel. En daarmee graaf je dieper dan de meeste reizigers die veel menen te ontdekken, maar het daardoor niet verinnerlijken. Want om iets écht te leren kennen moet je er je volledige aandacht aan besteden en moet je het vooral veel tijd geven.

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail