Een andere kijk op panoramafoto’s

Panorama’s zijn een prachtig medium om beelden in te maken en te laten zien. Het klassieke panorama geeft een wijds beeld van een stad of een landschap. Vaak veel indrukwekkender dan een foto op klassiek formaat.

Panorama Manhattan
Ruwe panorama

Dit panorama combineert avondfotografie met de panoramatechniek. Natuurlijk had ik een soortgelijk shot ook kunnen maken met een groothoeklens. Maar daar kleven een paar nadelen aan. De belangrijkste is de vervorming die zo’n lens met zich meebrengt in de grootste kijkhoek. Dit is overigens een vreemd panorama in zover dat hij maar uit twee foto’s (in landschapsoriëntatie) bestaat en oorspronkelijk niet als panorama geschoten is. Pas thuis viel me op dat ze een mooi panorama zouden kunnen vormen.

Een ander voordeel van panorama schieten is dat je veel beter kunt werken met moeilijke lichtomstandigheden. Zoals de volgende foto gemaakt in de Wahabi Sands woestijn tijdens onze fotoreis naar Oman.

Panorama Wahiba Sands (fotoreis Oman)
Panorama Oman

Dit panorama bestaat uit drie foto’s. In landschapsformaat geschoten. Maar nu niet van links naar rechts, maar van boven naar onderen aan elkaar gezet. Bij deze zonsondergang liep ik tegen de volgende problemen aan. Ten eerste had ik op mijn ene camera een 50mm f/1.8 lens en op de andere een 70-200mm lens. Niet echt een grote hoek om dit shot te maken. Ten tweede moest ik snel handelen omdat dit moment waarbij de zon net achter de horizon was verdwenen echt maar een paar seconden zo mooi zou blijven. Ten derde wilde ik zowel de grashalmen en zand op de voorgrond als het kamp in het midden scherp hebben. Maar met f/8 liep m’n sluitersnelheid al terug naar 1/20e seconde voor de onderste twee foto’s (die met het gras en de ander met het kamp). De scherptediepte vergroten door het diafragma was daarmee uitgesloten omdat ik uit de hand fotografeerde. Een statief had ik niet bij de hand. Die lag lekker niets te doen in de auto en die stond te ver weg om daar nog heen te lopen. De bovenste foto (met de horizon en het nagloeien van de zon) was nog 1/100e seconde.
Het schieten van een verticaal panorama lostte deze twee problemen op. Een derde probleem dat ook nog opgelost werd was dat het lichtverschil tussen de verschillende zones erg groot was. Met 1 shot zou ik of de kleuren in de lucht verliezen of het kamp in het donker hebben. Die zones in nabewerking ‘herstellen’ zou, zo is mijn ervaring, leiden tot minder mooie kleuren in de lucht én tot veel ruis en fletse kleuren in de rest van de foto. Door nu elke foto optimaal te belichten kreeg ik drie foto’s met goede kleurkwaliteit. En voor het maken van het panorama kon ik er voor zorgen dat de witbalans van de drie foto’s gelijk was en de lichtverschillen tussen de foto’s zodanig verkleinen dat Photomerge er geen probleem mee zou hebben de foto’s qua kleur te blenden.

Stedelijke panorama’s
Fotograferen in de stad levert vaak het probleem op dat je eigenlijk met meerdere lenzen zou willen of moeten fotograferen. Zeker wanneer je een superzoom zoals een 18-200mm niet goed genoeg vindt. Met twee toestellen lopen lost het gebrek aan flexibiliteit iets op. Lopend door New York merkte ik dat ik vaak wisselde tussen het fotograferen van mensen op straat, waarvoor de 50mm ideaal was, en het fotograferen van details. En hiervoor gebruikte ik dan de 70-200mm. Maar natuurlijk zag je dan ook prachtige scenes waarvoor je echt een wijdere hoek nodig had. Daarvan volgen nu enkele voorbeelden.

Deze muurschildering in Astoria bijvoorbeeld.

Panorama muurschilderingIk stond al met m’n rug tegen het hek van deze carpark. Nog verder achteruit was echt niet meer mogelijk. Verder was ik ook niet echt geïnteresseerd in de lucht omdat daarin niet veel gebeurde en de voorgrond zou alleen nog maar meer zwart asfalt zijn. Daarom schoot ik een 6 foto panorama in verticale stand. Uiteindelijk heb ik maar 5 foto’s gebruikt omdat de toevoeging links van de laatste foto het beeld nog platter zou maken en Laurien, die daar staat te fotograferen te ver naar rechts zou komen te staan. Ook wilde ik het hoge gebouw als ‘anker’ gebruiken. Verder was 1 blinde muur genoeg om te kunnen suggereren dat het een afgesloten plek was..

Een ander voorbeeld is dit verticale panorma dat ik maakte aan de zuidrand van Central Park waar One57 aan het verrijzen is. Deze immense woontoren in combinatie met de oude wolkenkrabbers, het park en het bankje op de voorgrond vormden een mooi beeld.

Verticaal panorama New YorkRuwe versie van het Panorama New York

 

 

 

 

 

 

 

Ook nu was m’n 50mm weer de meest wijde lens. En had ik 6 foto’s nodig om dit panorama te schieten. Hierbij kon ik een soortgelijk probleem oplossen dat ik had met de woestijnfoto. Ik wilde het bankje én One57 scherp hebben. Het donkere weer zorgde ervoor dat ik mijn diafragma al op f/3,5 had staan. En veel verder kon ik niet gaan voordat de sluitersnelheid te laag zou worden. Dus dan maar met deze stand. Verder er wel voor gezorgd dat de focus van boven naar beneden steeds verder naar voren schoof. Bij het maken van het panorama had het programma geen probleem om met die verschillende scherptepunten om te gaan.

Die laatste techniek gebruikte ik ook bij Queensboro Bridge.

Panorama Queensboro BridgeOnbewerkt panorama Queensboro brug

 

 

 

 

 

 

 

Staand op Roosevelt Island, midden onder de brug kijkend naar Manhattan. 7 (landscape) foto’s van de overkant tot de boog boven mijn hoofd waren nodig om de East River over te komen. Ook deze foto is scherp van achteren tot voor. Hoewel dat hier niet echt nodig was geweest. Maar door de extreme lijn zou ook hier een groothoeklens meer problemen veroorzaakt hebben dan hebben opgelost.
Bij dit panorama was de belichting het grootste probleem. De duisternis aan de onderzijde van de brug werd enigszins verzacht door de reflectie van de zon in het water en de sneeuw. En verder was het maar gewoon er op vertrouwen dat het dynamisch bereik van m’n camera groot genoeg was om in de nabewerking de lichtverschillen op te lossen.
Een foto als deze laat ook het laatste grote voordeel van panorama’s boven groothoek zien. Wanneer ik dit met één foto had gemaakt had ik de resulterende foto op ongeveer 30x40cm kunnen afdrukken. En met wat bewerking tot 60x80cm, dus posterformaat kunnen opblazen. Maar nu hij uit 7 foto’s is samengesteld is het helemaal geen probleem om hem tot zelfs 3 meter lang af te drukken, zonder dat je kwaliteitsverlies krijgt. Nu nog een muur vinden waar dat aan kan. Bijvoorbeeld in een trappenhuis, waar je vlak langs de foto zult lopen en dan wel het verlies in details zou zien wanneer je één foto zou opblazen.

 

Dit zijn allemaal panorama’s om een beeld te maken dat anders niet geschoten zou kunnen worden of om problemen op te lossen.

Tot slot nog enkele voorbeelden zonder uitgebreide uitleg.

Panorama Arna

4 Foto’s (verticale oriëntatie) van links naar rechts geschoten met een 18-70mm lens op 18mm.

 

 

 

 

 

 

 

Verticaal Panorama Wadi Bani Awf (Oman)
Verticaal panorama

3 foto’s (landschaps georiënteerd en van boven naar beneden) geschoten om het probleem met een te kleine scherptediepte vanwege de matige lichtomstandigheden op te lossen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Panorama bestaand uit 25 foto's

25 foto’s (horizontale oriëntatie) in 3 rijen onder elkaar geschoten

Panorama

De ruwe versie met 3x de brandweerauto – steeds op een andere plek

De details in deze foto zijn fantastisch. Zo is bijvoorbeeld dezelfde rode brandweerauto drie maal te zien, omdat hij tijdens het maken van dit panorama over de voorste heuvels reed. Dit panorama is het enige panorama dat ik hier laat zien dat WEL met een statief is gemaakt. Dit soort enorme panorama’s die uit meerdere rijen zijn opgebouwd zijn anders écht niet te maken. Hoe groot deze geprint kan worden? Op mijn eigen printer kon ik maar 40cm breedt printen en dat leverde een lengte van 1 meter 80cm op. Maar deze foto kan tot vrijwel elke grootte worden opgeblazen en worden afgedrukt.
En ja, ik maakte een fout met het begin van de foto, waardoor er een gat linksboven viel..

 

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Maak je eigen diffuser van een half A4-tje en 2 elastiekjes

We vermijden flitslicht meestal omdat het zo hard en akelig is. Vervelende lichte vlekken op het hoofd en harde schaduwen in het het zicht en op de muren maken foto’s er meestal niet mooier op. Er zijn echter momenten dat je echt niet genoeg licht hebt om een goede foto te maken en waarop je dan toch maar een flitser gaat gebruiken. De kans dat je dan een externe flitser bij je hebt is klein. Dus dan maar de popup flitser van de camera gebruiken.

In fotostudios en op externe flitsers maken fotografen gebruik van een diffusor (verspreider) om het flitslicht te verzachten. Een doorzichtig scherm voor een studiolamp, een opzetkapje op je flitser of flitsen via een muur of plafond haalt de scherpe kantjes af van je flitslicht. Maar laatstgenoemde middelen zijn nu net niet beschikbaar voor je popup flitser. Je kunt niet indirect flitsen.

Er zijn creaties te koop om op je popup flitser te zetten. Een Gary Fong Puffer Pop-Up Flash Diffusor bijvoorbeeld. Een soort ski-bril voor je flitser. Je hebt hem al voor €21,95. Maar ja, wie hééft die nu? En áls je hem hebt heb je dat ding dan bij je? Meestal niet, toch?

Ik maak graag gebruik van zo weinig mogelijk middelen om een zo goed mogelijk resultaat te bereiken. Dus maak ik zelf een diffusor dome van een wit velletje A4 printpapier en twee elastiekjes.

Diffusor voor een pop-up flitser van een spiegelreflex

Vouw het velletje printpapier in de lengte. Knip of scheur het in tweeën en bevestig het papier aan je toestel met behulp van de 2 elastiekjes. Zorg dat je nog wel door je zoeker kunt kijken en dat er niets voor je lens hangt. En dan kun je flitsen dat het een lust is. Het licht wordt op het papier geflitst en dat papier laat het gefilterd en gespreid door. Gebruik wit papier en hou er rekening mee dat het flitslicht ook iets wordt afgezwakt.

 

Hotspots komen niet meer voor en harde schaduwen verdwijnen.

Zonder diffusorMet diffusor Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail

Zwart-wit of kleur

Het lijkt een eenvoudige beslissing: publiceer ik een foto in kleur of in zwart-wit. Eigenlijk is het een vraag die nog zo jong is als het digitale tijdperk. Want in het filmrolletjes tijdperk maakte je die beslissing al voor je de foto maakte. Goed, je kon ook een kleurenfoto nog zwart-wit laten afdrukken, maar dan moest je wel zeker weten dat het fotolab voor jou een hoeveelheid handelingen zou verrichten om dat een succes te laten zijn.

Nu kunnen we dat zelf. Mensen die in JPEG fotograferen moeten nog wel beslissen om niet in zwart-wit te fotograferen. Want van zwart-wit kleur maken kan niet. Andersom is het geen probleem. En voor RAW-schieters bestaan er geen beperkingen op dit vlak.
Maar RAW of JPEG, alle kleurenfoto’s kunnen in zwart-wit omgezet worden. En wanneer je weet wat je moet doen, kun je heel goede resultaten krijgen in beide ‘vormen’.

Dus daar komt dan de vraag: zwart-wit of kleur? Het antwoord is te vinden in een eenvoudige vraag: Hoe kan ik het beste mijn bedoelingen overbrengen aan een toeschouwer. Hoe maak ik duidelijk wat ik zag. Zwart-wit trekt de aandacht van de kijker naar de contrasten en de lijnen. Kleur brengt de toeschouwer naar het kleurenspel. Een voorbeeld: Een parkscene in kleur laat het groene gras en de zonnig kleding zien, dezelfde scene in zwart-wit accentueert de mensen of de lijnen van de paden en bomen.

Hieronder staan enkele foto’s waarbij de vraag steeds luidt: Zwart-wit of kleur?




Zwart-wit fotografie
zwart-wit of kleur
straatfotografie zwart-wit

De laatste twee vind ik zelf de lastigste om te beslissen. Het straatlicht hier is zo oranje, dat je het (vooral als er veel andere lichtbronnen in het spel zijn) bijna niet gecorrigeerd krijgt tot een acceptabel kleurniveau. Dus ben je geneigd om er maar zwartwit van te maken om van het ‘gezeur’ af te zijn… Toch kan kleur, zoals uit de antwoorden bij de vorige dagen wel blijkt, soms een eigen dimensie toevoegen aan het beeld.
Kiezen dus…

Facebooktwittergoogle_pluspinterestlinkedinmail