Alledaagse fotografie: Ontdek het verborgen beeld

De selectie van Parr versus het omgevingsbewustzijn van Eggleston

Alledaagse fotografie creëert beelden die vaak iets extra’s hebben. Een vreemde, bijna ongrijpbare aantrekkingskracht. Wat het precies is, laat zich lastig onder woorden brengen. Is het de kleur, de compositie, de specifieke kadering, het formaat of simpelweg de herkenning?
Niet echt. Want wanneer we al die losse ingrediënten heel bewust gaan toepassen op beelden die we zelf maken, dan gebeurt er iets geks. De foto’s worden vaak vreemd ‘leeg’. Dat subtiele, magische ‘extra’ ontbreekt.

Een tijdje geleden plaatste ik hier een hommage aan Martin Parr: Martin Parr: een ongemakkelijke spiegel
Als je die foto’s bekijkt, zie je precies wat ik bedoel: mijn beelden waren weliswaar volledig in zijn karakteristieke stijl bewerkt, maar het bleven onmiskenbaar míjn foto’s. Ze ademden het gevoel niet meer dat ik op dat specifieke moment had. En die beelden vertellen ook niet wat Parr erbij gedacht zou hebben. Het uiterlijk past simpelweg niet helemaal bij wat ik zag en wilde overbrengen. Dat zette me aan het denken over hoe verschillende fotografen dat alledaagse benaderen.

Martin Parr: De actieve zoektocht

Martin Parr is een fotograaf die projectmatig te werk gaat. Hij bouwt zijn series over een verloop van jaren op. Zijn methode? Veel frames schieten van (vaak) hetzelfde soort onderwerp en steeds weer terugkomen naar dezelfde locaties. Parr wacht niet rustig op dat ene, perfecte moment. Hij gaat juist actief op zoek naar variaties, net zolang tot de juiste combinatie van compositie, licht, flitser en menselijk gedrag toevallig samenvalt. De uiteindelijke selectie achteraf vormt het werk.

William Eggleston: Het moment van herkenning

Totaal anders was de werkwijze van William Eggleston. Ook hij fotografeerde het alledaagse, vaak zelfs het volstrekt banale. Maar hij legde zichzelf een ijzeren persoonlijke discipline op: maar één foto van één ding maken. Nooit twee.
Eggleston legde later uit dat hij in zijn beginjaren wel meerdere opnamen maakte, maar achteraf in de war raakte over welk frame nou echt het beste was. Dat vond hij zinloos. Voortaan schoot hij nog maar één frame. Deze benadering hing nauw samen met zijn manier van waarnemen. Hij plande zijn foto’s nooit vooruit en dacht niet na over wat er voorbij zou kunnen komen. De wereld was voor hem een voortdurende verrassing.

Het beeld ontstond bij Eggleston vanuit een constante staat van alertheid op de omgeving. Het moment van schieten was het moment van definitief beslissen. Zijn foto’s werden niet achteraf via een strenge selectie uit honderden vellen materiaal gevist; ze ontstonden in het nu. Hoewel zijn werkwijze in dat opzicht wel iets weg heeft van Henri Cartier-Bresson, mist het diens narratieve en geometrische opbouw. Het is eerder een pure flits van herkenning bij het banale.
Beide grootmeesters vingen het alledaagse, maar hun startpunt was wezenlijk anders. Maar hoe vertaalt die scherpe blik zich eigenlijk naar reisfotografie? En welke rol speelt de techniek die je bij je draagt in dit proces?

Hoe je camera je manier van kijken bepaalt

Wanneer je als reisfotograaf het werk van de pioniers van de kleurenfotografie bestudeert, voel je vaak een verschil met je eigen werk. Neem fotografen die dicht bij de traditie van William Eggleston liggen, maar dan specifiek binnen een reiscontext: Stephen Shore, Joel Sternfeld en Alec Soth.

Wat deze fotografen gemeen hebben, is dat ze niet reizen om “bezienswaardigheden” vast te leggen. Ze reizen om steeds opnieuw het alledaagse van een onbekende plek te ontmoeten — een anoniem wegrestaurant, een lege parkeerplaats, of een specifieke verflaag op een muur. De reis is voor hen een middel om voortdurend “vreemd” te blijven kijken naar plekken, in plaats van het afvinken van een vooraf bepaalde lijst met mooie locaties.

En toch is er een belangrijk en fundamenteel onderscheid tussen de pure, intuïtieve methode van Eggleston en de werkwijze van Shore, Sternfeld of Soth. Dat verschil zit hem grotendeels in het materiaal dat ze gebruikten.

Pure, doorlopende awareness versus het trage tempo

Bij Eggleston draait alles om een constante scan van de omgeving. Een alertheid en opmerkzaamheid die direct in één beslissend moment samenkomen. Hij werkte met een kleine, snelle 35mm-camera en fotografeerde vaak vanaf de heup, zonder door de zoeker te kijken. Hij vergeleek het zelf met het schieten met een jachtgeweer op bewegende doelen. Lichaam en oog staan continu ‘aan’. Er is geen ruimte voor vooraf plannen, maar wel tijd om vanuit de waarneming te scheppen.

Stephen Shore brak begin jaren ’70 radicaal met die aanpak toen hij overstapte op een grootformaat-viewcamera (8×10 inch). Hij koos hier heel bewust voor omdat dit noodzakelijk trage, intensieve werkproces dwingt tot een heel andere vorm van besluitvorming.

De viewcamera vraagt om een tijdelijke terugtrekking uit de scène waar je middenin staat. Als fotograaf duik je onder een donkere doek om het beeld – omgekeerd en gespiegeld op het matglas – zorgvuldig te componeren. Dit is het omgekeerde van Egglestons reflexen. Niet continu scannen en direct reageren, maar eerst stoppen, de camera opbouwen, onder het doek verdwijnen en pas dán een beslissing nemen.

Schaarste: gedwongen door het materiaal

Joel Sternfeld werkte op een vergelijkbare manier tijdens zijn jarenlange roadtrips voor zijn beroemde project American Prospects. Hij maakte gemiddeld slechts twee opnamen per dag. Moet je je voorstellen: een project van acht jaar, reizend in een Volkswagen camper, resulterend in slechts 55 foto’s in het uiteindelijke boek.

Bij Shore en Sternfeld was die extreme zuinigheid geen spirituele discipline zoals bij Eggleston, maar een technische en financiële noodzaak. Dure vellen film die je één voor één moet laden, dwingen je om na te denken vóórdat je de sluiter indrukt. Hun “awareness-keten” (omgevingsbewustzijn → alertheid → opmerkzaamheid) lag daardoor net iets eerder in het proces: niet tijdens het schieten, maar tijdens het rondrijden en kijken, nog vóór de camera überhaupt uit de tas kwam.
Of je nu kiest voor de snelle intuïtie van het kleinbeeld of de trage, analytische constructie van het grootformaat: in beide gevallen vormt schaarste de motor achter de creativiteit. Maar wat gebeurt er als we die schaarste volledig overboord gooien? Dat is de realiteit van onze huidige digitale fotografie.

De digitale valstrik en de remedie

Poserend publiek bij de Scheve Toren van Pisa
Cliché fotografie bij de Scheve Toren van Pisa [Beeldopbouw aangepast met AI-ondersteuning]

De praktijk van de hedendaagse digitale reisfotografie staat mijlenver af van de werkwijze van de analoge pioniers. Tegenwoordig maken we moeiteloos tientallen foto’s van dezelfde scène of hetzelfde object. Vaak in de hoop dat de ‘juiste’ er per ongeluk wel tussen zal zitten.
We controleren voortdurend het resultaat op ons achterscherm en ‘bouwen’ zo stapsgewijs een beeld dat ons aanstaat. Na een trip komen we thuis met duizenden foto’s, waarna het enorme, vaak vermoeiende werk van selecteren en nabewerken begint. We reizen met een visuele ‘bucketlist’, geïnspireerd door foto’s die we online van anderen hebben gezien.

Het resultaat? De echte awareness verdwijnt, en foto’s gaan ‘ontaard’ aanvoelen. Met ontaard bedoel ik dat de diepere betekenis of de gelaagdheid ontbreekt. Het worden foto’s die in principe overal gemaakt hadden kunnen zijn. De technologie heeft ongemerkt onze manier van waarnemen ondermijnd.

Creatief risico versus veiligheid

Fotografen bij zonsondergang in Venetië
Fotografen bij zonsondergang in Venetië

Bij fotografen als Eggleston en Shore bestond er een voelbare kostprijs voor een mislukte opname. Die schaarste dwong een diepe vorm van voorafgaand kijken af. Je moest zéker weten dat iets de moeite waard was vóórdat je de sluiter indrukte.
Digitale fotografie elimineert dat creatieve risico volledig. Het lcd-scherm verandert fotograferen van ‘een beslissing nemen op basis van waarneming’ naar ‘een proces van herhalen en bijstellen tot het resultaat bevalt.’ Het is niet langer het vangen van een uniek moment, maar het construeren van een uitkomst door herhaling.

Ook de bucketlist is een vorm van vooraf ingevulde waarneming. De waarneming is immers al gedaan: door iemand anders, op een ander moment, in een ander licht. Je fungeert ter plekke niet meer als open waarnemer, maar als uitvoerder van een herkenbaar sjabloon. Toevalligheden en gelaagde details worden zo systematisch uitgesloten, omdat we net zolang doorgaan tot het beeld klopt met het plaatje in ons hoofd. Het is het verschil tussen een specifiek antwoord zoeken om je eigen gelijk te bevestigen, of een open vraag stellen aan de werkelijkheid.

De remedie

Herken je dit mechanisme bij jezelf? En wil je ervaren hoe het anders kan? Dan is er een verrassend eenvoudige, maar mentaal uitdagende remedie: neem vanaf nu nog maar één foto van een object of onderwerp.
Hoe werkt dat in de praktijk?

  • Zorg dat je omgevingsbewustzijn actief is: Scan de ruimte om je heen actief. Wees alert op patronen, interacties en veranderend licht die anderen ontgaan.
  • Maak de visuele vertaling in je hoofd: Kadreer, kies je standpunt, bepaal de compositie en kies dan je diafragma en sluitersnelheid voordat je de camera naar je oog brengt.
  • Druk éénmaal af: Maak de foto en vertrouw op je beslissing.
  • Kijk niet terug: Beheers de neiging om direct op het achterscherm te controleren. Het kijken naar het schermpje haalt je direct uit je omgevingsbewustzijn. Het veelvuldig fotograferen van dezelfde scène ontneemt ons het echte moment van bewust beslissen; de verantwoordelijkheid verschuift naar de selectie achteraf op de computer.
De Kariatiden werpen hun schaduwen op de Acropolis
De Kariatiden werpen hun schaduwen op de Acropolis

De juiste voorbereiding

Dit betekent overigens niet dat je onvoorbereid op pad moet gaan. Integendeel. Lees je van tevoren goed in. Vragen als: Waar kom ik terecht? Wat zijn de lokale gebruiken? Wat zijn de diepere verhalen achter deze bestemming? zijn essentieel om echt geaard te raken met een plek.
Maar laat de visuele bucketlist thuis. Natuurlijk zoek je vooraf mooie locaties uit, maar probeer de bestemming open tegemoet te treden. Zodra je de “awareness-keten” de ruimte geeft, zul je merken dat het fotograferen intenser wordt. Het levert niet alleen meer plezier en beleving op tijdens de reis, maar gegarandeerd ook een gelaagder en boeiender eindresultaat.

Conclusie

Probeer het gewoon eens om tijdens je eerstvolgende trip de controle los te laten en te vertrouwen op dat ene frame.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *